
Angst, stress of slecht slapen kunnen reacties zijn op problemen op het werk, relatieproblemen, overlijden van naaste familieleden, enz. Het overkomt iedereen wel eens.
Slaap- en kalmeringsmiddelen kunnen een moeilijke periode helpen overbruggen. In het beste geval doen ze bepaalde symptomen verdwijnen. Maar de ware oorzaak wordt hiermee niet aangepakt.
Slaap- of kalmeringsmiddelen gebruik je ook best niet te lang, want je kan eraan gewend raken of er afhankelijk van worden. Ze kunnen geheugen- of concentratiestoornissen veroorzaken of een depressie verbergen. Ze maken je ook minder alert tijdens het autorijden. Wettelijk gezien mag je zelfs niet met de auto rijden als je slaap- of kalmeringsmiddelen neemt. Bij een ongeval kan dat problemen geven met je verzekering. Bovendien kunnen slaapmiddelen aanleiding geven tot valpartijen wanneer je ’s nachts moet opstaan, wat vaak voorkomt bij bejaarden.
Voor langdurige gebruikers
Houd er rekening mee dat het langdurig gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen je probleem niet oplost. In de eerste plaats verdwijnt de klacht waarvoor je een slaap- of kalmeringsmiddelen bent beginnen nemen niet. Ten tweede leiden gewenning en afhankelijkheid tot lichamelijke en geestelijke klachten. Indien dit het geval is, raadpleeg dan je huisarts, apotheker of behandelende specialist. Die kan ook nagaan of je angst, stress of slapeloosheid nadelige gevolgen heeft op je gezondheid (bvb. maagzweer) en kan je algemene medische toestand evalueren.
Het abrupt stoppen van de behandeling met slaap- en kalmeringsmiddelen kan gepaard gaan met ontwenningsverschijnselen zoals angststoornissen, slapeloosheid, verwardheid, hallucinaties en nachtmerries. Het is dus beter om de dosis heel langzaam af te bouwen of meer tijd te laten tussen de innamen. Dat doe je het best in overleg met je huisarts of apotheker.


